Springtime!

Uitgelicht

Witherspoon Street

En ineens was de lente er, onaangekondigd. En ongehoord vroeg en heftig, zodat zelfs de meest verstokte Republikein hier in global warming gaat geloven. Temperaturen in de high seventies, met ’s nacht niet lager dan de low fifties.

Dat was wennen trouwens, die temperaturen in Fahrenheit, in plaats van in Celcius. Maar als je weet dat je met 70 de korte broek aan kunt en het met 30 spekglad kan worden weet je eigenlijk genoeg – de rest is gevoel. Het was alleen schrikken toen ik in mijn koortsperiode een thermometer kocht en rond de 90 verhoging had. Ik heb het overleefd.

En goed ook. Sinds ik de antibiotica heb afgezworen, gaat het weer als vanouds. Ik vind het nu zelfs leuk om het eind naar de CTI weer bergop en –af te fietsen. Dat moet nu ook, want – zo is het in ons huwelijk verdeeld – “Djanèt” heeft de auto en ik de fiets. Je hebt nu eenmaal werkpaarden en luxe paarden.

Janet rijdt ermee naar de sportschool, of de shopping mall, en vaak zie ik de Ford ook voor staan bij mijn werk op het CTI omdat ze de stad in is naar de Public Library of iets anders aantrekkelijk-cultureels. Of gewoon een Café Latte pikt bij Small Worlds Cafee.

Was ik twee maanden verstoken van alle familie, sinds een week hebben we ook dochter Mirjan hier, voor tien dagen. Ook zij heeft zich een nieuwe identiteit aangemeten: Maria heet ze hier, naar haar doopnaam. Niet gek, we hadden het zelf ook bedacht. Mirjan heeft één passie: hard lopen. Welnu, nog met een jetlag in de benen schreef ze zich in voor de 5K(ilometer)van Princeton en, dankzij onze aanmoedigingen, finishte ze mooi net achter de kopgroep.

Princeton 5k Run

Ver voor de veredelde hondenuitlaters, die samen met hun viervoeters over de meet gingen, en een stukje achter de zeer snelle magere jongens. Ze zijn fanatiek hier, hoor. “Zet ‘m op” wordt hier door sommigen vervangen door: “Not fast enough! Not fast enough!” En, na de finish: “What happened to you????” Competitief volkje die Amerikanen.

Naast haar passie heeft onze Maria ook een missie: in tien dagen VS zo vaak mogelijk New York zien. Na één keer samen en famille nam ze al meerdere keren de Dinky (zo heet het treintje dat je naar het hoofdstation brengt) voor een dag in the Big Apple. En morgen, de dag voordat ze weer afreist naar huis gaat ze met Janet nog een keer.

Haar eerste keer zal ze niet licht vergeten. We wisten dat het St. Patrick Day was, en dat er een parade op 5th Avenue zou zijn, aan de rand van Central Park. Elke Amerikaan die maar een druppel Iers bloed in zich heeft, tooit zich dan in het groen, en reist af naar New York om daar – als hij jong is – bier te gaan hijsen in de Ierse pub. Het was niet echt een goede dag om New York te doen, merkten we al in de afgeladen trein, waar de massa zich leek op te maken voor een dagje keten. Een groene Koninginnedag, op weg naar New York Centraal. We vreesden de terugreis. Maar die viel reuze mee: uitgebluste jongeren, dat wel. Maar geen drank (meer), geen vernielingen. Doen we dan toch iets fout in Nederland?

De beste manier om New York te verkennen!

Terwijl de dames zich vermaken, doet de heer zijn werk. Ik ben ondertussen flink opgeschoten met mijn ouderenproject. Een boek schrijven in 5 maanden, dat was een beetje te ambitieus, dat zal niet lukken. Maar de fundamenten zijn wel gelegd.

Hard werken, daar op het CTI ...

Afgelopen week mocht ik mijn ideeën voorleggen aan de andere Members in Residence op het CTI, in een zgn. Colloquium. Uit de reacties kon ik opmaken dat ik een goed spoor te pakken heb. Kern van het verhaal: dat “we” een bloedhekel hebben aan ouderen en ouder worden. Dat komt waarschijnlijk omdat het ons doet denken aan onze eigen vergankelijkheid. Pas als we met ons eigen ouder worden goede maatjes worden, kunnen we het ook met dat van anderen. Het gebrek aan zorg voor kwetsbare ouderen is dus niet alleen een kwestie van geld en handen aan het bed. We hebben er van nature de pest aan. Die weerzin moeten we zien te overwinnen, door ook de afkeer van onze eigen aftakeling te boven zien te komen. Anders komen we de vergrijzing niet goed door met elkaar, oud en jong. We kunnen pas de oudere naaste liefhebben, als we ook van ons ouder wordende zelf houden. Het bijbelse liefdesgebod wist het al wel.

Ver gezocht? Of herken je het? Reacties zijn welkom!

Wel vreemd trouwens om beroepshalve nu constant met de herfst des levens bezig te zijn, terwijl het jonge leven hier van alle kanten uit zijn voegen barst. Maar ik geloof dat ik de zaken wel aardig kan scheiden…. Moest ik wel wat ouder voor worden.

Een wezen op vier benen

Uitgelicht

De vorige blog schreef ik toen ik dacht dat ziek zijn altijd maar even duurt…. Nou, het bleek iets langer. Weken lang heb ik op halve kracht mijn werk kunnen doen (‘s middags om drie uur ging het kaarsje helemaal uit voor de dag, en hing ik ‘s avonds futloos voor de open haard tot ik weer van mezelf naar bed mocht). Ik heb nog behoorlijk wat kunnen schrijven, vind ik, maar leuke dingen doen, daarna en daarnaast, dat zat er helaas niet in. Terwijl er zoveel te doen is, hier in Princeton…..
Een theater voorstelling in het MacCarter theatre, een concert in Anderson Hall, een tentoonstelling in het University Art Museum – ik weet het nu, omdat ik langzamerhand de schade aan het inhalen ben.
Dat komt vooral omdat ik nu een beter medicijn gekregen heb dan een dokter je ooit voor kan schrijven: mijn lieve Nettie (o sorry, ze wil hier Janette heten, spreek uit: Djanèt). Maandag kwam ze aan op Newark en kon ik haar in mijn armen sluiten.
Sindsdien is er in mijn mannenhuishouding veel veranderd: er staan nu verse tulpen op tafel, er brandt eens sfeervol kaarsje ’s avonds en het huis lééft nu. Het is er gezellig!


De sportschool was snel gevonden (met dezelfde release van bodybalance als thuis – dat is nog eens globalisering!), de shopping malls in de omgeving ook, downtown Princeton werd te voet verkend, en na een eerste keer flink in de auto verdwaald te zijn, is Djanèt nu helemaal thuis in Princeton. En na een potluck op vrijdagavond bij de buren (een Amerikaanse fuif noemden we dat vroeger: ieder neemt wat mee om te eten of te drinken) ook in de eigen buurt, waar de collega’s wonen.

Ach, een echtpaar is al snel een wezen op vier benen, schreef Belcampo ooit. Verbazend, hoe snel je na twee maanden weer bij en met elkaar thuis raakt. Zal ik hier voortaan nu maar ‘we’ gaan schrijven?
WE hebben nu de omgeving inmiddels flink verkend, het weekend door een mooie tocht te maken langs de westoever van de Delaware, in Pennsylvania, de buurstaat. Veel New Yorkers hebben er een idyllisch 2e huis.

Maar we hebben ook Trenton verkend, de hoofdstad van ‘onze’ staat New Jersey. Vergane industriële glorie. Met arme vervallen wijken, die ons bijna aan de townships op de Cape Flats in Zuid-Afrika deden denken, zo troosteloos – en (nog steeds) zwart. Met diepe gaten ook in de weg, die ons bijna een stel banden kostten. Maar daarna in New Jersey weer het golvende, welvarende farmer land, met eindeloze landerijen, graansilo’s en witte tuinhekken. En dan tot slot van de dag een mega pizza bij de Italiaan, waar je de resterende slices ongevraagd in een box mee naar huis krijgt.
WE hebben het maar goed, WE blijven nog even.